Vlaanderen
OVAM Toon navigatie menu

12. Impact of circular economy on achieving the climate targets: case housing

coverIn dit rapport is de bijdrage van de circulaire economie in het bereiken van de klimaatdoelstellingen bestudeerd voor residentiële huisvesting. De doelen in het voorstel van het Vlaamse klimaatbeleidsplan betreffen de territoriale emissies, dus de operationele fase van huisvesting. In het bereiken van de doelen van het plan moeten de materialen- en de koolstofvoetafdruk van de implicaties ervan op bouwen en renoveren bekeken worden. De materialenvoetafdrukken van de bouw van nieuwe woningen en van de renovatie van bestaande woningen bedragen respectievelijk 60.5 en 26.1 Mton, terwijl 48.1 Mton afval geproduceerd zal worden. De koolstofvoetafdruk van renovatie, 42.1 Mton CO2-eq., is iets meer dan tweemaal die van de bouw van nieuwe woningen, met een bedrag van 20.5 Mton CO2-eq. De totale renovatie-inspanningen tot 2050 zullen het equivalent van 57% van de territoriale emissies van Vlaanderen voor het jaar 2017 uitstoten. Om de behoefte aan huisvesting met minder materialen en impacten in te vullen, is één scenario de vermindering van de grootte van nieuwe woningen en het opsplitsen van grotere bestaande woningen. Dit leidt tot een afname van de materialen- en koolstofvoetafdruk met respectievelijk 8.1 en 4.0%. Een ander scenario focust op bouwmaterialen, door toepassen van alternatieve bouwmethodes of bouwmaterialen en een toename van het gebruik van gerecycleerde en herbruikte materialen van afval van renovaties. Dit leidt tot een vermindering van de materialen- en de koolstofvoetafdruk met ongeveer 20%. De potentiële impact van de circulaire economie is dus groot, en kan verder vergroot worden bijvoorbeeld via een doorgedreven selectie van bouwmaterialen of modulair bouwen.

Huisvesting is geassocieerd met net meer dan een kwart van de totale Vlaamse koolstofvoetafdruk. Daarenboven zijn de directe emissies van huishoudens en de indirect emissies gerelateerd aan de productie van energiedragers verantwoordelijk voor ongeveer drie kwart van de totale koolstofvoetafdruk van residentiële huisvesting. Hierdoor is residentiële huisvesting een belangrijke sector voor de reductie van de algemene koolstofvoetafdruk van de Vlaamse economie en om de beleidsobjectieven te realiseren. Het draft Vlaams klimaatbeleidsplan stelt als objectief een reductie van de territoriale broeikasgasemissies in Vlaanderen met 35% tegen 2030 ten opzichte van het niveau in 2005. De emissies gerelateerd aan gebouwen worden voorzien om tegen 2030 met 48% te dalen terwijl de geplande reductie van de koolstofemissies van residentiële gebouwen 50% bedraagt tegen 2030. Daarnaast wordt een complete uitfasering van koolstof-intensieve energiedragers geambieerd tegen 2050.

Eerst worden in deze studie de uitgezette beleidslijnen van het draft klimaatbeleidsplan voor residentiële gebouwen besproken. Vervolgens worden de materialen-, koolstof- en afvalvoetafdrukken gerelateerd aan het updaten van het residentiële gebouwenpark naar de standaard uiteengezet in het klimaatbeleidsplan, geëvalueerd. Deze worden bovendien ook vergeleken met de voetafdrukken van de voorspelde nieuwbouw die eveneens in de tussentijd zou plaatsvinden.

Tot slot wordt aan de hand van twee circulaire strategieën nagegaan wat het potentieel is van het verhogen van de circulariteit in de constructiesector bij het reduceren van de algemene materiaal-, koolstof- en afvalvoetafdruk geassocieerd met de toekomstige bouwactiviteit. Gegeven de grootte van het gebouwenpark, de lange levensduur van een woning en de aanzienlijke inspanningen die noodzakelijk zijn van de bouwsector, wordt de analyse uitgevoerd tot 2050 in plaats van de 2030 horizon die centraal wordt gebruikt in het draft Vlaams klimaatbeleidsplan. Zo genereert deze studie zowel een overzicht van de volledige impact van de bouwindustrie als een inzicht in de effectiviteit van circulaire strategieën over de langere termijn. Onze analyse van de koolstof- en materialenvoetafdruk van de bouwsector over een periode tot 2050 focust uitsluitend op bouwelementen die relevant zijn voor de energieprestatie van een residentiële woning.

De resultaten tonen aan dat de materialenvoetafdruk voor de bouw van nieuwe residentiële gebouwen over een periode tot 2050 meer dan dubbel zo groot is dan de materiaalvoetafdruk geassocieerd met het renoveren van het huidige residentiële gebouwenpark naar de klimaatdoelstellingen (60,5 miljoen ton voor nieuwbouw tegenover 26,1 miljoen ton voor renovatie). Daarnaast is er een aanzienlijke afvalvoetafdruk gerelateerd aan de afbraak van oude woningen en oude bouwelementen van woningen die worden gerenoveerd. De koolstofvoetafdruk van de materialen gebruikt in de renovatie is dan weer net meer dan het dubbel van de koolstofvoetafdruk van de materialen gebruikt tijdens de bouw van nieuwe huizen (42,1 miljoen ton CO2-eq. voor de renovaties tegen 2050 tegenover 20,5 miljoen ton CO2-eq. voor nieuwbouw). Dit is een direct gevolg van zowel de relatieve grootte van het bestaande Vlaamse residentiële gebouwenpark, de helft waarvan werd gebouwd vóór 1970, ten opzichte van de verwachte nieuwbouw tot 2050 en de hoge koolstofintensiteit van isolatiematerialen en het vervangen van raamprofielen en glaswerken. Indien wordt verondersteld dat de renovatie-inspanning elk jaar even groot is tot 2050 en rekening gehouden wordt met de indirecte impact van de productie van energiedragers die worden verbrand door huishoudens en de koolstofvoetafdruk van de renovatie, dan toont Figuur 0- 1 dat de algemene koolstofvoetafdruk eerst zal stijgen ten gevolge van de renovaties. Na 4 jaar zullen de totale emissies gerelateerd aan de renovaties en de emissies van de huishoudens pas lager zijn dan het initiële punt voor het aanvangen van de renovaties. Hierna blijft de daling zich continu verder zetten.

Figuur 0- 1: evolutie van de jaarlijkse broeikasgasemissies van het residentiële gebouwenpark en de renovatie-activiteit noodzakelijk tot het realiseren van de doelstellingen van het Vlaams klimaatbeleidsplan

Figuur 0- 1: evolutie van de jaarlijkse broeikasgasemissies van het residentiële gebouwenpark en de renovatie-activiteit noodzakelijk tot het realiseren van de doelstellingen van het Vlaams klimaatbeleidsplan

Twee circulaire strategieën werden geanalyseerd die het potentieel nagaan van een reductie in de materialen- en koolstofvoetafdruk van de bouwindustrie over de periode tot 2050. De eerste strategie tracht meer intensief gebruik te maken van de beschikbare leefruimte van huizen door een reductie in de grootte van nieuwe gebouwen en door een kleine fractie, namelijk 5 percent, van de bestaande grotere open woningen op te splitsen in halfopen woningen. Deze strategie verkleint de woonoppervlakte en leidt tot een reductie van de materialenvoetafdruk en de koolstofvoetafdruk met respectievelijk 8,1 en 4,0% tegen 2050 ten opzichte van het basisscenario. De reductie in de materialenvoetafdruk wordt gerealiseerd door een afgenomen vraag naar beton en baksteen, terwijl de reductie in de koolstofvoetafdruk kan gerelateerd worden aan een afgenomen vraag naar materialen zoals beton, baksteen, het installeren van nieuwe ramen en isolatiemateriaal.

Het tweede circulaire scenario kijkt naar de impact van een verschillende constructiemethode en de toename van recyclage en hergebruik van afgebroken materialen. Als voorbeeld van een verschillende constructiemethode werd gekozen voor een toegenomen toepassing van houtskeletbouw. Een substantieel aanbod aan (afval-)materialen zal geproduceerd worden ten gevolge van de afbraak van woningen en tijdens renovatie. Daarnaast zal eveneens een aanzienlijke vraag naar deze (afval-)materialen bestaan om tegemoet te komen aan de noden voor nieuwbouw en renovatie. Daarom is een toename in het gebruik van gerecycleerde materialen en het hergebruik van bouwmaterialen een bijzonder vruchtbare weg om de materialen- en koolstofvoetafdruk te reduceren. De resultaten van het tweede circulair scenario tonen aan dat de impact van het aanwenden van andere bouwmaterialen en de stijging in recyclage en hergebruik tot een reductie van de materiaal- en koolstofvoetafdruk Figuur 0- 1: evolutie van de jaarlijkse broeikasgasemissies van het residentiële gebouwenpark en de renovatie-activiteit noodzakelijk tot het realiseren van de doelstellingen van het Vlaams klimaatbeleidsplan met ongeveer 20% tegen 2050 kan leiden.

Figuur 0- 2 toont de evolutie van de cumulatieve materiaal- en koolstofvoetafdruk van de bouwactiviteit in Vlaanderen voor het basis beleidsscenario zoals bepaald door het draft Vlaams klimaatbeleidsplan en de twee circulaire scenario’s.

Figuur 0- 2: Vergelijking van de cumulatieve materiaal- en koolstofvoetafdruk van de bouwactiviteit tegen 2050

Figuur 0- 2: Vergelijking van de cumulatieve materiaal- en koolstofvoetafdruk van de bouwactiviteit tegen 2050

Teneinde de algemene impact van de benodigde bouwactiviteiten te reduceren en terwijl de klimaatdoelstellingen en materiaaldoelstelling van het klimaatbeleidsplan te realiseren, toont de analyse aan dat een toename in de circulariteit aanzienlijk potentieel inhoudt. De cumulatieve impact door beide circulaire scenario’s simultaan te implementeren zal wellicht lager zijn dan de som van de impact van de individuele circulaire scenario’s. Beide strategieën kunnen echter gemakkelijk worden gecombineerd om zo te komen tot een verdere reductie van de koolstof- en materiaalvoetafdruk gerelateerd aan de bouwactiviteiten die de reductie van individuele scenario’s afzonderlijk overstijgt. Daarnaast zijn de scenario’s niet exhaustief en dekken ze niet alle mogelijke routes voor het reduceren van de voetafdruk van de bouwsector. In dit opzicht kunnen andere duurzame bouwmaterialen worden toegepast of andere circulaire strategieën worden nagestreefd die aanleiding geven tot een verdere afname van de impact van de bouwsector.

Download