Vlaanderen
OVAM Toon navigatie menu

13 - Reuse. The understudied circular economy strategy

13 - Reuse. The understudied circular economy strategy Dit rapport behandelt de blinde vlekken in het huidige onderzoek naar het weinig bestudeerde circulaire fenomeen hergebruik en de verscheidenheid aan formele (d.w.z. opgenomen in onze economie via gereguleerde economische eenheden en beschermde werknemers) en informele (d.w.z. deel van een informele economie waarin transacties niet geregistreerd worden) kanalen waarlangs dit kan gebeuren. Het maakt deel uit van de onderzoekslijn over tewerkstelling en actoranalyse voor de circulaire economie van het Vlaamse Steunpunt Circulaire Economie.

De belangrijkste vragen die in dit rapport aan bod komen zijn welke hoeveelheid hergebruik momenteel in Vlaanderen gerealiseerd wordt, welke milieu-impact, sociale impact en economische impact hergebruik heeft, welke barrières en kansen voor hergebruik er nu en in de toekomst bestaan en welke actoren betrokken zijn in het “hergebruikslandschap” in Vlaanderen. Op basis van deze inzichten geven we beleidsaanbevelingen om het hergebruik in Vlaanderen te verhogen. Dit rapport is gebaseerd op bestaande literatuur,  beschikbare gegevens, interviews en communicatie met actoren in het veld, en een surveystudie die werd uitgevoerd in het najaar van 2019. Op basis van de enquête brengen we de hoeveelheid hergebruik in Vlaanderen in kaart, en ontwikkelen we een nieuwe indicator voor het meten van hergebruik. Hieronder geven we de belangrijkste bevindingen van ons onderzoek weer.

  • Milieu-impact en circulariteit van hergebruik. Hergebruik wordt meestal beschouwd als circulair, mede omdat een hergebruikt goed een nieuw goed kan vervangen, wat grondstoffen bespaart. De markt voor hergebruik kan echter ook leiden tot bepaalde “rebound” inkomenseffecten (d.w.z. dat consumenten meer spullen kunnen kopen met hetzelfde budget) en substitutie-effecten (d.w.z. dat er extra spullen worden gekocht in plaats van tweedehands spullen die de aankoop van een nieuw goed vervangen). Ten eerste kan het inkomenseffect van hergebruik negatieve milieueffecten hebben. Mensen zouden bereid kunnen zijn om extra spullen aan te schaffen. De markt voor hergebruik – die meestal een lage prijs en gemakkelijke toegang tot tweedehands spullen biedt – kan negatieve milieueffecten of sociale effecten hebben. Het is daarom belangrijk om deze nuance expliciet te adresseren door een vervangingspercentage (d.w.z. de mate waarin de aankoop van herbruikbare spullen de aankoop van nieuwe spullen verhindert) na te gaan. Onze studie bevestigde het fenomeen van de aankoop van "surplus spullen" bij Vlaamse burgers en berekende een gemiddeld vervangingspercentage van 28%. Belangrijk is dat hergebruik ook circulair is omdat het spullen weghoudt uit de afvalstroom, ongeacht het vervangingspercentage. Toch hebben prijseffecten, die de bereidheid van mensen om nieuwe spullen te kopen beïnvloeden (bv. rekening houdend met de prijs van het "doorverkopen" van herbruikbare spullen), ook een invloed op de circulariteit van hergebruik. In ons onderzoek werden hierover geen empirische gegevens verzameld.
  • Het in kaart brengen van hergebruikskanalen. Hergebruik kan plaatsvinden via formele kanalen, die bestaan uit wettelijk geregistreerde bedrijven binnen het Vlaamse hergebruiksnetwerk De Kringwinkels en andere wettelijk geregistreerde winkels in de tweedehands detailhandel. Op die manier bieden formele hergebruikskanalen toegevoegde waarde aan ons economisch systeem, aangezien elke aankoop- of verkooptransactie het BBP doet stijgen. Naast hergebruik via formele kanalen is het belangrijk om informele kanalen in kaart te brengen, die verwijzen naar informele transacties tussen individuen, zoals gratis donaties. Juist vanwege hun informele karakter is het moeilijk om die transacties te kwantificeren. Daarom heeft eerder onderzoek de meeste van deze informele kanalen buiten hun kwantificeringsinspanningen gelaten of deze transacties geschat aan de hand van enquêtes over het verwerven en afdanken van huishoudspullen.
  • De Vlaamse kringloopcentra versus andere hergebruikskanalen. In dit rapport maken we een inventarisatie van alle mogelijke kanalen waarlangs spullen kunnen worden hergebruikt. Aan de hand van zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens geven we een overzicht van de kanalen en geven we details over hoe ze momenteel worden gebruikt en, voor sommige kanalen, hoe ze in de loop der jaren zijn geëvolueerd. Voor elk hergebruikskanaal kwantificeren we het aantal transacties van hergebruikte spullen, het gewicht van de hergebruikte spullen (kg/cap) en het aantal spullen dat wordt hergebruikt. Zo krijgen we een gedetailleerd beeld van de rol die de erkende Kringwinkels spelen binnen de waaier van hergebruikskanalen. We suggereren dat onze schatting van de hoeveelheid hergebruik kan dienen als een meer uitgebreide hergebruiksindicator voor Vlaanderen, gezien de indicator die momenteel als overheidsdoelstelling wordt gebruikt, uitsluitend gebaseerd is op gegevens uit één bepaalde bron, namelijk De Kringwinkels.
  • Resultaten van ons onderzoek. Uit onze studie blijkt dat het Vlaamse netwerk van hergebruikcentra De Kringwinkels in 2019 goed was voor 11% tot 19% (afhankelijk van de categorie van spullen) van het totale hergebruik. Op basis van het percentage van de kringloopcentra berekenden we de hoeveelheid hergebruik voor de vier belangrijkste productstromen per capita in Vlaanderen:
     
    1. Meubelen: 14,9 kg hergebruik/capita
    2. Elektrische apparaten: 3,2 kg hergebruik/capita
    3. Textiel: 3,7 kg hergebruik/capita
    4. Huishoudspullen, vrije tijd, boeken, muziek en multimedia: 11,6 kg hergebruik/capita

      Som: 218 431 910 kg = 33,3 kg hergebruik/capita


    Op basis van onze studiedata berekenen we dus 33,3 kg/capita in plaats van de Vlaamse hergebruiksindicator van 5,4 kg/capita die momenteel door de OVAM wordt gebruikt en gebaseerd is op de data van De Kringwinkels. Deze berekening is zelfs conservatief omdat we in onze studie geen vijfde 'restgroep' van spullen hebben geïncludeerd die alle mogelijke herbruikbare spullen omvat. Als we uitgaan van de veronderstelling dat het aandeel van deze categorie ten opzichte van het totale hergebruik voor alle kanalen vergelijkbaar is (d.w.z. deze categorie spullen omvat 1,3% van het totale hergebruik), dan kunnen we voor het hergebruik van huishoudspullen een globale echte hergebruiksindicator schatten op basis van deze geëxtrapoleerde gegevens van 33,8 kg/capita in 2019.

  • Toekomstige schattingen van hergebruik. We raden aan om onze meer uitgebreide indicator van hergebruik te gebruiken bij de schatting van het totale hergebruik in Vlaanderen. Hierbij – d.w.z. rekening houdend met de kg van verschillende andere hergebruikskanalen bovenop de kringloopcentra – zou deze indicator kunnen gebruikt worden voor meer nauwkeurige schattingen van hergebruik op basis van inzichten uit de kwantitatieve gegevens van onze enquête. Deze zouden gebruikt kunnen worden in een breder kader dan datgene dat momenteel wordt gehanteerd voor de gegevens specifiek voor De Kringwinkels, d.w.z. breder dan het monitoren van hergebruik via dit netwerk. Ten eerste zouden deze meer uitgebreide schattingen een betere optie kunnen zijn voor vergelijkingen van hergebruik tussen landen, aangezien veel landen niet beschikken over een goed functionerend hergebruiksnetwerk en ook geen nauwkeurige gegevens verzamelen in hergebruikscentra zoals dat in Vlaanderen wel gebeurt. Het is dan ook niet verrassend dat de schaarse studies in andere landen tot nu toe hergebruik vastleggen op basis van andere kanalen (bv. via particuliere garageverkopen). Ten tweede kan het inzicht in de verdeling van de categorieën van de belangrijkste huishoudspullen tussen de belangrijkste hergebruikskanalen een basis vormen voor een vergelijking tussen de hergebruikskanalen. Dit zou schattingen mogelijk maken op basis van de veronderstelde groei of afname van specifieke hergebruikskanalen (bijvoorbeeld de veronderstelde groei van online hergebruik als gevolg van de huidige COVID-situatie).

  • Nieuwe indicator voor hergebruik die niet gebaseerd is op het gewicht van het hergebruik. Een andere optie is het toevoegen van indicatoren op basis van iets anders dan gewicht. Met name omdat de levensduur van producten de kern lijkt te vormen van circulair hergebruik, kunnen sommige onderdelen van een hergebruiksindicator zich richten op de volgende pijlers die belangrijk zijn voor circulair hergebruik: het recht op reparatie, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, voorbereiding op hergebruik en een hergebruiksvergoeding. Factoren die verband houden met deze aspecten zouden het meten van circulair hergebruik kunnen verbeteren. Met name de kwaliteit van de instroom lijkt een belangrijke rol te spelen bij het potentieel voor hergebruik wat betreft de levensduur van het product. Het is duidelijk geworden dat een verminderde kwaliteit van bijvoorbeeld meubelen en textiel belangrijke barrières zijn voor hergebruik. Wij bevelen aan om de indicatoren voor hergebruik op basis van deze vier pijlers, die allemaal verband houden met de levensduur van spullen (d.w.z. recht op reparatie, EPR, voorbereiding voor hergebruik, hergebruiksvergoeding), verder te onderzoeken.

Download

CE Center co-auteurs:

 

Researcher Steunpunt Circulaire Economie

 

Promotor Steunpunt Circulaire Economie